Onze dierenwelzijnswet dateert reeds van 1986. Voor die tijd was een kader dat dieren wettelijk beschermde een absolute noodzaak, maar tegelijk was het ook revolutionair. Gedurende lange tijd werden dieren aanzien als een object, een goed, zonder dat enig wettelijk kader mishandeling of verwaarlozing verbood. Dieren genoten enkel bescherming aan de hand van een zeer beperkte bepaling uit de Strafwet van 1867, die het ombrengen van of toebrengen van schade aan andermans dieren strafbaar stelde. Deze bepaling werd opgenomen onder de titel “misdaden en wanbedrijven tegen eigendommen”, wat bevestigde dat eigenlijk het eigendomsrecht van de eigenaar van een dier werd beschermd, en niet het welzijn van het dier zelf.
In 1929 kwam de allereerste dierenbeschermingswet tot stand, waarbij de noodzaak om het menselijk gedrag te verbeteren werd erkend. De wet moest mededogen en goedheid verplichten ten aanzien van (het lijden van) dieren, en was met andere woorden bedoeld om de bevolking te moraliseren. De eerste stap naar het beschermen van het dier zelf werd gezet. Maar van het actief nastreven van dierenwelzijn was nog geen sprake. In 1975 werd de dierenwelzijnswet juridisch-technisch verbeterd, maar de focus bleef hetzelfde: de passieve bescherming van het dier door het te behoeden voor mishandeling.
De dierenwelzijnswet van 1986 was dan ook een vooruitstrevend instrument waarmee België wou aantonen dat het niet zomaar tolereerde dat dieren (van industriedieren tot gezelschapsdieren) werden mishandeld of verwaarloosd. Voor het eerst werd op actieve wijze een algemeen dierenwelzijn nagestreefd, waarbij de maatschappij werd verplicht om actief te voorzien in de behoeften van het dier. Vooral de wantoestanden in de intensieve veeteelt die in de jaren ’60 werden aangekaart speelden een belangrijke rol in het ontwerp voor een dierenwelzijnswet, ter vervanging van de dierenbeschermingswet.
Sinds april 2014 werd dierenwelzijn een regionale bevoegdheid. Vlaanderen ambieert van bij het begin van deze staatshervorming om voortrekker te zijn op gebied van dierenwelzijn. Het feit dat dierenwelzijn vanaf dat moment ook een aparte bevoegdheid werd, en niet meer samenviel met de bevoegdheid inzake landbouw, motiveerde de Vlaamse overheid om van dierenwelzijn meer prioriteit te bieden binnen het beleid. Het is onder andere met die insteek dat minister Weyts een dierenwelzijnscodex wilt vormgeven.
Met dit wetgevend instrument wilt Vlaanderen inzoomen op wanpraktijken die ondanks de gevoelige uitbreiding van de bescherming en het nastreven van dierenwelzijn nog steeds schering en inslag bleken. Onder andere zullen met de inwerkingtreding van de codex kippenkooien worden vervangen door volièresystemen, het thuis slachten van schapen, geiten of varkens door particulieren zal verboden worden, dierenmarkten zullen geen plaats meer kunnen vinden (behoudens enkele uitzonderingen), alle soorten weidedieren moeten permanent beschutting krijgen, en ga zo maar verder.
De nieuwe dierenwelzijnscodex lijkt dan ook een bijzonder waardevol instrument om dierenleed te vermijden. Maar zal dit in de praktijk ook effectief een verschil maken? Het feit dat dieren wettelijk worden erkend als levende wezens met gevoel, specifieke behoeften en intrinsieke waarden, lijkt theoretisch mooi, maar wordt in de praktijk spijtig genoeg nog vaak genegeerd.
Heel wat artikelen en verbodsbepalingen treden pas in werking na het doorlopen van een overgangsperiode. Het verbod op kooisystemen voor legkippen gaat voor bestaande bedrijven pas in vanaf 1 januari 2036. Er kan dan worden nagedacht over de impact dat dergelijk verbod zal hebben in de praktijk, en vooral over welke impact die alternatieven kunnen hebben op het dierenwelzijn.
Het verbod op het houden van walvisachtigen geldt niet voor Boudewijn Seapark. Pas over 13 jaar, in 2037, zal er daar een eerste evaluatie plaatsvinden van de welzijnstoestand van de dieren ter plaatse.
Steden en gemeenten worden verplicht om samen te werken met een dierenasiel. Dit klinkt zeer positief, maar op geen enkele wijze zullen de asielen in Vlaanderen financieel beter ondersteund worden door de overheid. Ook de broodfok wordt op de dag van vandaag nog steeds onvoldoende aan banden gelegd (hoewel het nieuwe wetsontwerp dat garantievoorwaarden voor levende dieren grondig aanpast hier eventueel een rol in kan spelen).
Chirurgische biggencastratie wordt niet vermeld in de codex. Ook de kreeften worden door de codex vergeten. Dieren die in het wild gevangen worden, mogen door laboratoria worden gehouden.
Er worden aan de hand van de dierenwelzijnscodex heel wat stappen vooruit gezet. Het is echter jammer dat veel stappen vooruit pas zullen worden gezet na het doorlopen van een lange wachttermijn, en dat sommige wanpraktijken helemaal niet worden aangepakt.
Hoe dan ook is Dierzaam tevreden dat er stappen worden gezet, en dat het thema dierenwelzijn actueel blijft. De enige weg, is de weg vooruit.
Wil je graag jouw mening geven over de dierenwelzijnscodex? Contacteer ons gerust via info@dierzaam.org of via onze socials.
Dit academiejaar organiseert Dierzaam een debatavond omtrent de initiatieven in de dierenwelzijnscodex. Hou onze website en sociale media zeker in de gaten voor meer details!
Klaartje De Vuyst, Facethoofd Beleid
Bronnen:
Nieuwe Vlaamse codex dierenwelzijn: GAIA positief maar ook kritisch | GAIA
Vlaanderen toont zich voortrekker met nieuwe Codex Dierenwelzijn | Ben Weyts
pfile (vlaamsparlement.be) (Voorstel van decreet – Vlaamse Codex Dierenwelzijn, ingediend op 29 april 2022 (2021-2022), 1267 (2021-2022))

