In de kijker: Vlaamse akkervogels

Wie geregeld langs een akker of weide wandelt, zal ongetwijfeld al kennis gemaakt hebben met de kieviet, geelgors, veldleeuwerik, of patrijs. Niet voor niets zegt het Limburgers volkslied, dat hun vaderland ligt waar het lied des Leeuweriks klinkt. Toch klinkt dit lied steeds stiller. Minder en minder akkervogels voelen zich nog thuis in Vlaanderen. Daarom is er steeds meer aandacht om deze dieren te helpen.

Wat zijn akkervogels?

Er zijn verschillende vogels die broeden in landbouwgebied. Deze worden onderverdeeld in weide- en akkervogels. Akkervogels, zijn de vogels die een gedeeltelijke of volledige levenscyclus doorbrengen in landbouwgebied. Hierbij gebruiken ze akker(randen) als nest- of foerageergebied.

Binnen de akkervogels zijn er twee groepen. De open landschappen akkervogels, deze broeden en foerageren op open gebied, ver van randen en kleine landschapselementen. Daarnaast zijn er de kleinschalige landschappen akkervogels. Welke gebruik maakt van vegetatie in de akkerranden zoals houtkanten, of hagen.

De achteruitgang van de akkervogel

Om de achteruitgang van de akkervogels te verklaren moeten we kijken naar de landbouw. De laatste decennia is de landbouw in Europa sterk veranderd. Er is meer monocultuur, pesticiden worden intensiever gebruikt en er vindt een drastische schaalvergroting plaats. Deze schaalvergroting zorgt ervoor dat er minder plaats is voor akkerranden en landschapselementen.  Hierdoor verdwijnen hagen, houtkanten en “rommelige” hoeken met o.a. klaprozen en korenbloemen. Daarmee verdwijnen de broedplaatsen en schuilplekken voor vogels. Bovendien zijn er, in de moderne akkers, amper insecten en te weinig zaden om de winter door te komen, laat staan een kroost groot te brengen.

De cijfers van de akkervogels zijn dan ook genadeloos.  Sinds de 20ste eeuw daalt de populatie. In vergelijking met 1960 is 95% van de veldleeuweriken populatie verdwenen. De geelgors kende tussen 1960 en 2000 een achteruitgang van 80%. Maar ook recenter is een daling merkbaar. Tussen 2007 en 2020 zijn de patrijzen en kievit populatie met respectievelijk 47% en 68% gedaald. De veldleeuwerik en kwikstaart daalde met 30%. Als strohalm, lijkt de afname van enkel soorten in 2016 te stabiliseren.

Deze achteruitgang is niet louter een Vlaams probleem. Over 28 Europese landen wordt de ‘Common Farmland Bird Indicator’ gebruikt als een indicator van vogels levend op akkers, graslanden of een mix hiervan. Deze indicator toonde tussen 1980 en 2017 een totale afname van 55% binnen deze groep vogelsoorten. Van de 39 vogelsoorten, gingen de populaties van amper zes soorten vooruit, terwijl er 24 soorten achteruit gingen. De toename bij de zes soorten werd vooral gelinkt aan klimaatopwarming in plaats van een vogelvriendelijker landbouwbeleid.

Verbetering op komst?

Naarmate het probleem duidelijker werd, werden er verschillende inspanningen geleverd. Landbouwers kunnen subsidies krijgen voor hun landbouwgrond akkervogelvriendelijk te maken. Denk aan het inzaaien van graan zonder het te oogsten. Hierdoor hebben vogels voeding om de winter door te komen. Maar ook aan het aanleggen van grasstroken om te helpen om op insecten te jagen. Met deze inspanningen ging er sinds 2009 ruim 70 miljoen euro naar akkervogelbeheer. 

Deze maatregelen zorgden voor een vertraging in de populatie daling, maar de gewenste heropleving blijft tot nog toe uit. Vooral omdat de maatregelen vaak niet gericht zijn. Bijvoorbeeld als een vogelsoort niet meer of nauwelijks aanwezig is, is er ook weinig effect.  Een ander voorbeeld is het aanleggen van een akkerstrook naast een bosrand. Dit heeft geen impact op de open landschappen akkervogels, die daar sowieso van weg blijven.

Daarom wordt er nu gerichter gekeken. Boeren met akkers op beloftevol gebied, worden actief aangesproken om akkervogelbeheer te ondersteunen. Deze gebieden zullen dan als bolwerken dienen, om daaruit verder te kunnen verspreiden. Toch blijft het een huzarenstukje, volgens onderzoek zou 5 tot 10 procent van het leefgebied akkervogel vriendelijk moeten zijn om succesvol te zijn. Daarboven werd de vzw Veldwerk opgericht, die als doel heeft inzichten en kennis om te zetten in optimale maatregelen. Finaal zijn er ook concrete doelstellingen gesteld in een soortbeschermingsplan, zoals minimaal vijftien broedparen veldleeuweriken per 100 hectare.

Een schakel in een groter geheel

Het is misschien vanzelfsprekend dat dierzaam.org zich bekommert om akkervogels. Maar mensen die cynisch zijn kunnen denken, wat maakt het nu uit: “De meeste mensen zien niet eens het verschil tussen al die vogels”. Toch is het niet zo eenvoudig. Akkervogels zijn een belangrijke schakel in de voedselketen. Hun aanwezigheid is gelinkt met de gezondheid en veerkracht van onze akkergronden. Het gaat dus niet enkel om vogels maar ook om voedselzekerheid voor komende generaties.

Door Kristiaan Proesmans

Foto’s in volgorde: veldleeuwerik (Alauda arvensis), kieviet (Vanellus vanellus), patrijs of het veldhoen (Perdix perdix)